Mijn foto

Fan van

  • The Killers
  • Voicst
  • The Ting Tings
  • Calvin Harris
  • Coldplay
  • Incubus
  • Nirvana
  • Mika
  • Foo Fighters
  • Lostprophets
  • Oasis
  • Nickelback
  • Three Doors Down
  • Linkin Park
  • Billy Talent
web-log.nl, powered by TypePad

13-4-08

Lange wimpers

P1040080

Ik heb even een half uurtje de irritante gewoonte om mijn pilotenzonnebril langzaam af te doen, degene voor mij even mijn blauwe ogen te showen en een overdreven knipoog te geven. Na het half uur met iedereen even in oogcontact te zijn geweest, beginnen mijn ogen een beetje te prikken. Er steken dingen in mijn ooghoeken, en ik kan niet van mijn ogen afblijven.

De nepwimpers zitten nu een half uur op, en ik erger me er nu al groen en geel aan. Ik moet nog een heel weekend!

Dat ik dan nog een heel weekend zo ongeveer kou zou lijden, toneelstukjes uit mijn hoofd zou moeten leren en dat vervolgens blij op zou moeten voeren voor zo'n driehonderd kinderen, nog meer last zou krijgen van mijn nepwimpers, mijn ogen vol lijm zou smeren, kleffe macaroni zou gaan eten, me bijna schor zou gaan zingen in de prachtige karaokebar, rond zou lopen met een stokbrood, niet zou kunnen slapen, taart zou gaan eten in het restaurant honderd meter verderop, in mijn galajurk en wat lagen daar bovenop zou moeten gaan lopen, in het laatste toneelstuk wit geschminkt zou worden, dat ik opgetild zou worden door Arian die zo geweldig wilde zijn om Tarzan te willen spelen, hij me zou ontvoeren en we per ongeluk zouden vallen - waarop heel wat mensen enthousiast op zouden reageren met het compliment dat we daar vast lang op geoefend zouden moeten hebben.

Volgend jaar ga ik gewoonP1040027 weer mee als begeleiding.
P1040084 P1040036

11-4-08

Whoohoo

Zie titel.

Ik mag dit weekend een Franse huppeltrut spelen, inclusief stokbrood en een koffer met wijn. Ik word geacht nepwimpers op te doen, mijn mond te tuiten en irritante opmerkingen te maken over viezigheid. Ik ben een onderdeel van het hele thema. Dit weekend ben ik even een beetje actrice. Dan mag ik dit jaar dan wel niet meedoen, maar natuurlijk ben ik wél van de partij dit jaar.
‘Groeten uit de outback’ is het thema, en ik heb er onwijs veel zin in. Gelukkig mag ik even iets anders doen dan een week eigenlijk alleen maar leren. Foto's volgen!

Zie titel.

25-3-08

Onbeschrijfbaar

Eerlijk gezegd heb ik amper puf om een logje te schrijven over HIT. De overgebleven bij elkaar geschraapte energie gebruik ik tóch nog even om verslag te doen.

Hit2008_046_2Dag één. We hebben de HIT officieel geopend in Dwingeloo, en we gaan lopen. Ik heb het zelden zo koud gehad. Mijn handen voelen als ijsklompen, en ik sleep mijn voeten ietwat lomp mee. Het is dat ik wéét dat ik voeten heb, anders had ik dat niet gevoeld. Mijn rugzak knelt, is zwaar en ik heb honger. We leven op muslirepen en chocola. Druivensuiker is ook nog een optie, tenzij je bevroren brood in je waffel wilt steken. De zon breekt lichtjes door, en mijn zonnebril zet ik meteen op mijn neus. De routetechnieken duizelen voor mijn ogen, en het kompas kan me gestolen worden. We worden gedwongen ons verstand volledig op nul te zetten en door te lopen. Naar het eindpunt, waar we onze tent kunnen opzetten in de vrieskou. Na veertig kilometer is het zover. We mogen slapen.

Dag twee. Het enige heldere wat in me opkomt als we wakker gemaakt worden, is dat ik het koud heb. Het is zes uur in de morgen, en we moeten onze spullen inpakken. De tent ligt vol ijs, en het grasveld is ongeveer bevroren. Het is de fietsdag vandaag. Ik heb het nog steeds koud. We hebben fietsen gehuurd in Dwingeloo, en we maken onze fiets zodanig klaar dat al onze bagage eraan vast hangt, zodat we kunnen vertrekken. We krijgen opnieuw een routetechniekenboekje aangereikt, en weer zijn de routes niet totaal duidelijk. Fietsen, maalt er door mijn hoofd. Fietsen, fietsen en nog meer fietsen. De natuur is hier prachtig, zoiets zie je niet in de randstad. Alles is zo uitgestrekt, en enorm uitgestorven. Het enige wat we zien zijn bomen en gehuchten (die zelfs een plaatsnaam hebben). Het zonnetje schijnt magertjes, maar de zon is er tenminste. Het sneeuwt, hagelt en tot onze grote verbazing komen we een snackbar tegen. Om het netjes te formuleren, we hebben hier het toilet volledig benut. Mijn scoutingbuddy kocht een chocolademilkshake die niet te zuipen was (we vonden het al zo vreemd dat de milkshake tien minuten in een apparaat moest). Het sneeuwt. We moeten weer verder fietsen met alle bagage achterop. Zo'n tachtig, negentig kilometer na het beginpunt mogen we onze tentjes opzetten. Hier maken we een soort pasta klaar, wat we hongerig naar binnen hebben zitten schranzen. Na een graadje te zijn opgewarmd bij het kampvuur, duiken we als de sodemieter onze nesten in.
Hit2008_029 Dag drie. Om zeven uur gaat er een sirene af. Ik word wakker, en het schijnt Remco zijn mobiel te zijn. Ik draai me weer om. Een half uurtje later wordt onze tent bekogeld met iets. Later blijken het sneeuwballen. ‘‘Kom jongens, wie komt er een sneeuwpop maken?’’ wordt vijf keer herhaald. Ik heb het ijskoud, hoewel ik met bijna al mijn kleren aan ben gaan slapen. Surprise; we mogen onze tassen weer inpakken, net als onze tent. We schrapen de sneeuw ervan af, en trekken dan ons regenpak aan. Met (uiteraard) een route fietsen we naar de kano's die een paar kilometer verderop klaar liggen bij een half bevroren sloot. We worden in de kano's gegooid, en na heel wat gepeddel mogen we het water verlaten. Nog nooit heb ik zo hard gezongen om enigszins warm te blijven tijdens hagelbuien. Gelukkig zijn we het water niet ingestort.

Ik weet niet hoe ik het moet omschrijven. Mijn twee scoutingbuddies en ik vonden het afzien, maar zéker geslaagd! En nu ga ik slapen.

21-3-08

Eieren verven? Dacht 't niet.

Het vele enthousiasme wat ik vorig jaar heb mee mogen maken, komt over zestien uur weer aangewaaid. De tijd is weer gekomen dat mijn hoofd op hol slaat, mijn hart weer sneller gaat kloppen en ik vol vrolijkheid mijn kasten overhoop haal om alle spullen op te snorren. Mijn backpack staat al klaar, inclusief mijn kisten waarop ik 100 kilometertjes ga wandelen in Dwingeloo, samen met mijn twee geweldige Scoutingbuddies. Mijn regenkleding is netjes ingepakt, mijn slaapzak en handschoenen zijn ook klaar om gebruikt te worden.

Ik ga weer op HIT! Geweldig, ik heb er zó ontzettend veel zin in. Ze geven sneeuw op, terwijl wij een tocht gaan lopen, fietsen en kanoën. Hoe vet klinkt dát? Spijt dat je niet op Scouting zit? Zit je al te huilen dat je niet mee kunt? Me al aan het uitlachen? Het zal me m'n reet roesten. Als ik ergens zin in heb, is het wel in deze HIT.

Dit jaar geen eieren verven voor mij, ik ga sneeuwpoppen maken bij de hunebedden. Fijn Pasen gewenst!

1-8-07

Dat is echt... hoog.

‘‘Ik ga,’’ zeg ik ineens uit het niets. Mijn stem klinkt redelijk overtuigend, maar de onzekere trilling laat het meisje dat naast me staat twijfelen. Ik slaak een diepe zucht, zet mijn verstand op nul en probeer vriendelijk te glimlachen naar de man met haken in zijn handen. Hij lacht, en zet zijn helm goed op zijn hoofd. Vervolgens pakt hij een haak en vertelt me dat ik me om moet draaien. Er wordt wat aan me gefrutselt, en daarna hoor ik een klik. Mijn gedachten slaan op hol. Doe ik hier wel goed aan? Ik kan nu nog terug... Zal ik het wel doen? Ik probeer er niet meer aan te denken, en op dat moment krijg ik een klopje op mijn schouder. ‘‘Ah, u kunt het heus wel,’’ zegt de man, en hij kijkt me bemoedigend aan. Ik kijk rond. Twaalf paar ogen zijn op mijn gericht. Zal ik het dan toch maar doen?

Zomerkamp2007_116Zelfverzekerd, maar toch ook een beetje vol spanning loop ik richting een hele hoge paal. Ik kijk omhoog. Ik schuif mijn helm goed, sjor wat aan mijn riemen die om me heen geklemd zijn, en stap vol vertrouwen op de eerste haken die uit de paal steken. Snel klim ik omhoog, en voordat ik het weet sta ik op de bovenste haken. Nu moet nog óp de paal gaan staan. Waar moet ik me aan vasthouden? Val ik niet naar beneden? Gaat dit wel lukken? ‘‘Kom op!’’ hoor ik vanaf beneden. Ik draai me om, en kijk naar beneden. Dat had ik niet moeten doen. Het beetje vertrouwen wat ik in mezelf had, is nu volledig verdwenen als sneeuw voor de zon. Ik kijk weer zo snel mogelijk omhoog, zoekend naar een houvast. Dan zie ik een tak uitsteken, en grijp hem stevig vast. Ik voel dat mijn benen staan te trillen. Rustig probeer ik mezelf te draaien terwijl ik op de paal sta. Dan sta ik eindelijk hoe de man beneden dat wil. ‘‘Leg nu de touwen over uw schouders,’’ schreeuwt hij in het Vlaams. Ik doe angstvallig wat er van me wordt gevraagd, en kijk met grote ogen naar het spektakel wat er onder me speelt. Er staan drie mensen aan de linkerkant van me, te trekken aan touwen. Er staan drie mensen aan de rechterkant van me, ook te trekken aan touwen. En dan die man, die bevelen schreeuwt en me moed probeert in te spreken. Ik zie links een grote paal, en rechts een grote paal. Daartussen is een heel dik ijzerdraad gespannen, en daaraan hangt een knots van een touw. Zo eentje die bij Bokito in zijn hok hing, alleen daar had-ie niet genoeg aan. Nou ik heb nu al genoeg van dat touw. Ik snap Bokito helemaal. ‘‘Spring nu naar de flosj,’’ hoor ik de man roepen. ‘‘De flosj? Wat is een flosj?’’ breng ik moeizaam uit, terwijl de paal waar ik op sta staat te beven. ‘‘Dat ding, zo'n touw. Laat uw handen voor u, en spring als het ware het zwembad in,’’ gaat hij verder. Ik denk aan het zwembad. Dat ziet er volgens mij toch anders uit dan drie palen met een touw en daaraan nog een touw. Ik vind het doodeng, en in het zwembad voel ik me anders behoorlijk thuis tijdens de trainingen. ‘‘We gaan nu springen,’’ zegt de man. Ik kijk naar beneden. Dit is echt hoog. ‘‘Kijk nou niet naar beneden, kijk naar de flosj!’’ Maar alleen als ik al aan de flosj denk krijg ik het al benauwd. ‘‘Eén, twee... drie!’’ Ik sta op het punt te springen, maar hou me toch in. ‘‘Ik durf niet meer,’’ zeg ik vol schrik. ‘‘U wilde toch zelf? Eén, twee... drie!’’ Ik spring. Bijna. Net niet. Ik sta op één been te balanceren, en trek me terug. ‘‘Gaan we nog springen, of niet? Ik krijg last van m'n nek,’’ lacht de man. ‘‘Had u maar een andere baan moeten nemen,’’ kaats ik terug. Het is er al uit voordat ik het weet. Ik durf zijn reactie niet te zien, en kijk naar de flosj. ‘‘Goed zo, één, twee... drie!’’ Ik spring. Nu echt. Eindelijk. Het gaat zo snel. In een flits. Ik voel de adrenaline door m'n aderen stromen, en ik voel me geweldig. De flosj heb ik niet eens aangeraakt, en binnen twee seconden sta ik al beneden. Trots. Het was overweldigend. Mijn handen shaken als een bezetene. Ik ben nog nooit zo blij geweest dat ik iets heb gedaan. Dit was zo verschrikkelijk vet.

De rest van het Scoutingkamp in België was ook geweldig. Vooral de grote keuken - waar ik onder kon staan - die we gepionierd hadden was tof. Ook de hike, het zwemmen, Bobbejaanland en de rest was super. Helaas vliegt de tijd als het hartstikke leuk is, dus jammer genoeg was de week snel voorbij.

Maar ik moet toch stiekem toegeven dat mijn eigen bed lekkerder slaapt dan een hele week opgekruld tegen een paal aan liggen op een matje, in een slaapzak, in een tent vol terrormuggen, megakevers, zwarte torren, oorwurmen, modder, zes andere kinderen en bagage.

24-4-07

Lekker puh

Rsw2007_1Niemand zal de vrolijkheid ons afnemen. Juichen deden we, lachen, spingen en nog eens navragen. Was het waar? The Knights Of The Oval Table eerste? Eerste van de regio? Het groepje met de opvallende kleren aan met een sfeer van blijheid om zich heen? Dat kan niet. Het kon níet waar zijn. Eerste zijn van de regio. Achtendertig groepen deden er mee. En dan worden we eerste. Nu zijn we in de zevende hemel, en mogen naar de landelijke scouting wedstrijden, én hebben een beker verdiend. En réken maar dat we daar ook geweldig gaan scoren! Wens Rudi, Martin, Manon, Nikki en natuurlijk mij maar heel veel succes.

Trouwens, we doen niet aan handtekeningen.

8-4-07

Vol verhalen

Hit_adventure_trail_080Geweldig. Een meisje vol verhalen en blijheid, terwijl ze eigenlijk wil slapen en haar schouders en voeten afbrokkelen. Drie dagen vrolijkheid, leipheid, vaagheid, debieligheid, vreemdheid, maar 't was vooral echt gewéldig. Ik heb het zelden zó naar mijn zin gehad. Tijdens de paasdagen op HIT, dat is het beste wat je kunt overkomen. Dertig kilometer lopen met zeventien kilo op mijn rug, klimmen op een klimmuur, kanovaren en fietsen op rare fietsen waarop je andersom moet fietsen, maar vooral héél veel lopen met je tent en al je spullen en ondertussen allemaal nieuwe vrienden maken.

Ik hou van Scouting, en ben sinds dit jaar helemaal verliefd op de HIT. Als ik dit jaar een heide tegenkom begin ik spontaan met volle bepakking in de prikkelbosjes te rollen, en eet ik voortaan alleen maar sperziebonen met shoarma - stel ik op Scouting voor om uitje te atten, zodat we met z'n allen weer rauwe uien kunnen eten, fijn kunnen ruften in de tent, prikkende magen kunnen hebben en er keihard om kunnen lachen.

Ik heb een stel nieuwe vrienden, een mixerig dialect wat bestaat uit Hengelo, Kapelle en Spijkenisse, zere voeten voor het rest van het jaar, het voornemen nooit meer te zeuren over een biologieboek wat te zwaar is en vooral een geweldig weekend gehad - wat mijn hele leven nog bijblijft. Dus wil je wat verhalen horen over de HIT, wees welkom en ik vertel het honderd keer opnieuw.

Hit_adventure_trail_112Hit_adventure_trail_135Hit_adventure_trail_066_1  http://pictures.aol.com/galleries/scoutinghit2007@aol.nl (al mijn foto's tijdens de HIT)

23-1-07

Belgisch verstoppertje

Werkweekendjestaelduijn_064 <-- Rudi.
Ik weet het nog zo goed. Het was een regenachtige zaterdag.

Ik ren het clubhuis door als een klein kind, op zoek naar een super-de-luxe-geweldige-onvindbare verstopplek. Een deur staat open, en de ruimte erachter bevat veel opengescheurde, oude banken en allemaal frutsels. In mijn haast ren ik de ruimte in, en struikel over de losslingerende planken en posters. Ik worstel me door de rommel heen, en bereik mijn eindpunt - waar ik me ga verstoppen. Een klein barretje - omgeven door muren - trekt mijn aandacht, en bedenk dat 't best een goed verstopplekje is. Als ik de deur van het kamertje met het barretje dichttrek, en me achter de deurpost en onder het bar-uitsteeksel neer laat zakken, hoor ik de eerste mensen al het trappenhuis opkomen, om mij te zoeken, en er vervolgens bij te gaan zitten als ze me vinden. Ik hou van Belgisch verstoppertje.

''Waar is ze nou?'' hoor ik Martin zeggen, en ook Rudi vraagt zich af waar ik kan zitten. Ik blijf doodstil zitten, als Sean de deur opentrekt van het barretje, en ik zit als versteend als hij het hele rommelige berghokje doorzoekt, en mij recht in m'n ogen aankijkt. Tot mijn grote verbazing loopt hij het rommelhok weer uit, en heeft me blijkbaar niet opgemerkt. Niet alleen Sean loopt het kamertje binnen, ook Mélanie, Simone, Leonie en andere Scouts doorzoeken het barretje grondig. Maar niet grondig genoeg. Totdat iedereen zich afvraagt waar ik nu kan zitten, terwijl ze heel het clubhuis al hebben afgestruind.

''Ze móet hier wel zitten... De rest is niet zo rommelig als dit hier,'' zegt Mélanie. Ik hoor een vleugje ongerustheid in haar stem. ''Daphneeeeeeeeee!'' roept Simone, en ik hou me zo stil als een muis in het hoekje waar ik verstopt zit. Ik zie mijn medescouts komen en gaan, maar dan blijft er iemand ongemerkt achter, en laat zich zakken achter me, als de rest het lokaal is uitgelopen. ''Hee!'' fluister ik tegen de jongen die achter me komt zitten. Rudi showt z'n grootste lach die hij in huis heeft, en vertelt trots dat hij me eindelijk heeft gevonden. Ik grinnik wat, maar dan vertel ik hem dat we toch even stil moeten zijn.

''We hebben alles, wat we uit dit lokaal nodig hebben?'' vraagt een volwassen vrouwenstem. Rudi en ik houden ons stil. ''Ja,'' antwoordt een zware mannenstem. Dan gaat het allemaal heel snel. We horen wat gestommel, en dan een sleutel in een slot, die langzaam omgedraaid wordt. Rudi lacht wat, en dat 't grappig zou zijn als 't precies deze deur zou zijn die op slot zou worden gedraaid. Ik lach schaapachtig naar hem, maar vervolg bloedserieus: ''We zitten denk ik opgesloten, eh, Rudi.'' De big smile van Rudi verdwijnt langzaam van zijn gezicht.

We pakken in slowmotion de deurklink, en duwen 'm naar beneden. ''Shit,'' mompel ik. De deurklink gaat niet verder dan een klein stukje, en de deur wil zeker niet opengaan voor twee zielige Scouts. In reflex bonk ik op de deur. ''Help?'' roep ik vragend. ''HELP!'' roept Rudi. Maar omdat we op de zolder van het clubhuis zitten opgesloten, hoort niemand ons. Rudi kijkt zoekend om zich heen, en zegt dan: ''Eh, we hebben tenminste wél een televisie!'' Ik mompel iets onverstaanbaars, en Rudi verliest langzaam de hoop. We bonken verder op de deur. ''HELP! HELP!'' roepen we beiden. ''HELP!'' vervolgen we. Stilte.

Na een paar minuten doen we nog een poging tot help roepen. We horen iemand in de verte roepen, dat hij iemand hoort. Even wil ik Rudi omhelzen - maar als ik even nadenk, ban ik die gedachte uit mijn hersens. Rudi kijkt me hoopvol aan. Ik vind 't angstaanjagend om te zien dat hij waarschijnlijk 't zelfde denkt als ik, exclusief de verbanning van de gedachte uit de hersenpan. Sean komt vragend naar boven. ''Daphne? Ben je hier...?'' ''JAAA!'' roep ik opgewonden, en ik bonk nog eens extra op de deur, in de hoop dat de deur er spontaan uitvalt. ''We zitten opgesloten!'' roept Rudi. Binnen no-time staat de hele Scouting boven voor de deur, maar iedereen zonder sleutel van precies dit lokaal. Via deurcontact hoop ik duidelijk te kunnen maken dat ik uit dit lokaal wil, en na een paar minuutjes wachten hebben ze dan eindelijk de vrouw kunnen onderscheppen die de deur op slot had gedraaid.

''Er was toch niemand meer?'' hoorde ik haar vragen, en ze draait het slot open, en nog nooit heb ik iemand zo dankbaar aangekeken.

30-12-06

Oliebol

Oliebolleee_047 Als iemand, maar dan ook maar íemand zal vragen of ik een oliebol wil?
Dan bedank ik hem hartelijk, wimpel hem af, en denk aan Scouting.

Dan denk ik aan de tijd... dat we vrijdagavond maar vast begonnen zijn met oliebollen bakken op scouting. De tijd dat we van zes tot half één oliebollen hebben gebakken, en dat ik met vermoeide oogjes vol vettigheid, ook de oliebollen nog heb geteld. Dat ik de volgende ochtend door mijn moeder ben wakker geschud, en dat ik tot de conclusie ben gekomen dat ik door de wekker heen ben geslapen. Dat ik in de auto - door de haast - een bak joghurt met cruesli naar binnen heb gewerkt, om vervolgens negen uur weer volop aan de slag te zijn in het scoutinggebouw. De tijd dat ik heel de opkomst met andere Scouts oliebollen heb staan inpakken in zakjes, en dat ik ook kaartjes heb geschreven en poedersuikerzakjes erbij heb gestopt. De tijd dat ik samen met Lotte - tijdens het wegbrengen van de oliebollen - een grote lachbui heb gekregen, en ook nog eens de weg ben kwijtgeraakt in Zuidland. Dat we even moesten wachten op Edwin, en ondertussen letterlijk op de grond hebben gelegen van het lachen. Dat achteraf op het clubhuis blijkt dat we meer dan achthonderd oliebollen hebben gebakken. En de tijd dat we heel veel oliebollen over hadden, en de tijd dat ik meer dan twintig oliebollen achter elkaar heb opgegeten. En dat we ook nog eens meer dan tweehonderd euro hebben opgehaald met deze actie! De tijd dat ik daarna best wel vol zat, en iedereen me kon beschrijven als een hyperactieve, lachende, stuiterende oliebol.

Ik krijg al weer helemaal trek in een oliebol - ik ga er zometeen tóch maar even eentje halen beneden...

Img_7686 Dit is slechts één tafel van de vier die vol lagen met bestellingen!

19-11-06

Uniform + Backpack = Überscout

Werkweekendjestaelduijn_056

Een normaal persoon zit niet op Scouting. Eigenlijk zijn wij, Scouts, hartstikke gek. Maarja, we weten niet beter dan een tweedaagse tocht lopen met volle bepakking, een dropping lopen tot vier uur 's nachts, vuur maken, keukens bouwen met negen pionierpalen, megagrote tenten opzetten, het hele zomerkamp uit je eigen mok drinken zonder af te wassen en die je aan je eigen das hangt, en laat staan vaag zitten doen met je medescouts en lekker in de sloot springen voor de lol. Als je als normaal persoon op Scouting komt, wordt je vanzelf debiel. Het is één en al lol bij ons op Scouting, maar natuurlijk niet alleen zitten, maar ook geweldige dingen maken - zoals A-frames of keukens met wat pionierpalen. En bovendien moet je wel in het bezit zijn van goeie wandelschoenen, want een hike lopen gaat moeilijk op je teenslippers. En weet je wat het is? Wij vinden het zelfs léuk om zo te doen. We koken zelfs op houtvuur! We zijn niet voor niets altijd zo superblij op Scouting. Je wordt vanzelf al hyperactief als je er alleen al naar kijkt.

Het kamp was dit weekend weer superhip! ^^      

En onthoud:
Waterscouts zijn softies. Een beetje scout drinkt bier.

13-9-06

Loten

''Hallo! Ik ben van Scou-'' ''Geen interesse.'' Ik zucht. Wanneer zal er een mevrouw opendoen en zeggen: ''Meisje toch, natuurlijk verlos ik je van die vervelende loten die je elk jaar verplicht moet verkopen! Ik koop er gelijk tien. Is dat goed?'' Dan zal ik natuurlijk juichen van blijdschap en een vreugdedansje doen. Maar helaas ben ik nu in de flat waar iedereen me afwijst en de deur dichtknalt. Ik kijk naar het boekje in mijn hand. Grote Clubactie staat er met blauw en rode letters opgeschreven. Ik heb de neiging het boekje in duizend miljoen stukjes te scheuren - maar hou me in, en loop naar de volgende deur. Ik druk op de bel en het maakt hetzelfde geluidje als alle andere bellen in de flat. BWIEDEBWIEDIEP. Als je erover nadenkt is het een behoorlijk irritante bel. Zouden de mensen die in de flat wonen daar niet gek van worden? Voordat ik daar een antwoord op heb gevonden, gaat de deur open. Een kleine, roodgeverfdharige vrouw bekijkt me van top tot teen en kijkt me vriendelijk aan. ''Hallo, ik ben van Scouting Hartelgroep,'' zeg ik met een glimlach. ''En ik verkoop loten van de Grote Clubactie. Heeft u misschien interesse?'' Het blijft even stil, maar dan knikt de vrouw, en vraagt: ''Hoeveel kost zo'n lot?'' ''Twee euro vijftig, mevrouw.'' zeg ik met een vriendelijke stem. ''Oo... Maar ik moet even kijken of ik dat heb...'' antwoordt ze twijfelachtig. ''Mevrouw, u hoeft pas te betalen als ik uw lot kom brengen,'' zeg ik als ze haar geld tevoorschijn haalt. ''U hoeft nu alleen maar uw gegevens in te vullen op dit briefje.'' Ik geef haar één van mijn drie pennen en ze begint te schrijven.

BWIEDEBWIEDIEP. Trots werp ik een blik in mijn boekje, en wacht geduldig tot er iemand opendoet. De vreemde blauw/groenig geverfde deur blijft dicht. Dan zie ik door het raam naast de deur een schaduw voorbij komen. Ik wacht geduldig, en bekijk de bruine deurmat waar ik op sta. Ook de paraplubak die ernaast staat bekijk ik onderzoekend. Plots hoor ik gekraak, en een vreemde kef. Wat was dat?! gaat er door me heen. Verschrikt kijk ik naar de deur, en zie door het raam een lichtje aangaan. De paraplubak kan me nu helemaal niets meer schelen - ookal had dat ding zulke leuke figuurtjes. Een schaduw komt opdoemen. Het valt me op dat er een dode beer aan de muur hangt in de vorm van een kleedje. De kop kijkt me creepy aan. Plots hoor ik een zoemend geluid. Snel kijk ik naar de richting waar het geluid vandaan komt. Phieuw. Het is de lift maar. Dan wordt mijn aandacht weer getrokken door het huis waar ik voorsta, het vreemde gekef is weer hoorbaar, de schim is verdwenen... en het lichtje is uit.
Zal ik nog een keer aanbellen...? Ik twijfel, maar ren dan de trap op, verder naar boven. Half struikelend over de traptreden, werp ik nog een blik op het vreemde huis. Ik ren verder naar boven, en hoor een deur opengaan.

Ik schrik. Zal het die ene deur zijn...? Ik kijk razendsnel om het hoekje van de trap naar de deur waar ik net haast een hartverzakking op heb gelopen. Treetje voor treetje wandel ik voorzichtig naar beneden, om een glimp op te vangen van de deur. Als een klein kind dat probeert te bespioneren steek ik mijn hoofd net voorbij het trapmuurtje en zie de deur. Ineens komt er een klein, keffend hondje naar buitenrennen. Een oude, grijze man met, ik schat, nog maar drie tanden zie ik vloekend achter het hondje aangaan. ''Kom terug, rotbeest!'' roept hij kwaad. Nog even en hij is paars aangelopen van woede. Als het hondje richting de trap rent, schrik ik, en trek mijn hoofd terug. Nog geen seconde later zit ik ineengedoken op de trap en luister naar die enge vent. Mijn adem stokt in mijn keel. Blijkbaar is het hondje naar binnen teruggegaan, want de man klinkt tevredener dan eerst. Dan knalt hij de deur dicht. Opgelucht haal ik adem. Phieuw.

Na de hele flat te hebben gehad, druk ik op 'LIFT', en zie de lift naar boven komen. Ik kijk in mijn boekje. Vier loten verkocht. In een wolkenkrabber. Die oudjes zijn ook niet meer wat ze waren. Ik trek mijn Scoutingblouse knoopje voor knoopje uit. Wat heb ik het warm! De lift arriveert, ik stap in en druk op het knopje van de begane grond. Zuchtend hou ik m'n boekje en blouse in mijn handen. De lift is leuk om mee naar beneden te gaan, concludeer ik. Je hebt een leuk uitzicht over de Oude Maas, en de brug. Voordat ik het weet ben ik weer beneden aangekomen. Ik duw de deuren open, en loop naar buiten. Frisse lucht!

Snel loop ik naar de wijk waar ik woon, en boven me hoor ik een raar gekef - wat gevolgd wordt door een tierende mannenstem...

Laatste berichten

Favoriete boeken op dit moment

  • Kluun: Klunen
  • Saskia Noort: De verbouwing
  • Jaap Robben: Zullen we een bos beginnen?
  • Arjen Lubach: Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend

maart 2010

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31        

Geweldige stukken uit boeken

  • JA! Geef me aandacht! NEE! Laat me toch met rust... Renske de Greef & Jan Hoek
    ‘Jij bent toch Renske?’ En hij zei het echt op zo'n rellerige toon. ‘Jij zoent toch weleens met meisjes?’ zei hij. ‘Ja,’ zei ik. ‘Hoe is dat nou, met een meisje zoenen?’ vroeg hij toen, met zo'n geilige blik. ‘Probeer het zelf eens,’ raadde ik hem aan. Toen werd hij heel kwaad. Zijn vriend moest lachen, dat maakte hem nog wat bozer, denk ik.
  • JA! Geef me aandacht! NEE! Laat me toch met rust... - Renske de Greef & Jan Hoek
    Mijn vriendje wenkt stoer en mannelijk de ober. Het is een klein, dun mannetje met een snorretje dat bijna zelf een levend homootje is geworden. Je ziet hem zo met zijn haartjes wapperen en neerbuigend zeggen: tsssss. ‘Ja?’ zegt het snorretje onvriendelijk. ‘Wij willen graag bestellen.’ ‘Je meent het.’ Het snorretje is begiftigd met een snedige retoriek. ‘Ja, eigenlijk meende ik het: ik was zelfs bloedserieus.’